close
  • dinsdag 26 maart
Nostalgie

Krijgen we die strenge winter nou nog?

Krijgen we die strenge winter nou nog?

Weerdeskundigen zijn flink aan het voorspellen. En Piet Paulusma deed dat al eerder. Volgens de deskundigen is het eind januari zover.

In november voorspelt weerman Piet Paulusma dat we een strenge winter krijgen met wel twintig graden vorst. Die winter is er nu, de vorst (nog) niet. Piet meent dat dat in februari los gaat. Volgens de weerdeskundigen van Weerplaza zijn we het eind januari aan de beurt. “De kaarten suggereren een krachtig hogedrukgebied boven het noorden van Europa, waardoor met een oostelijke stroming koude lucht vanuit Rusland onze kant op kan komen,” aldus weerman Raymond Klaassen op AD.nl. Vanaf 21 januari zou het zover zijn.

Kleine ijstijd

Van echte winterkou lijkt de laatste jaren nauwelijks sprake. Nee, dan de tweede helft van de zestiende eeuw. Toen leek het veel op een ‘kleine ijstijd’. In 1511 zou het zo koud zijn geweest dat in Brussel een sneeuwpoppenfestival werd gehouden. In 1565 zou er sprake zijn geweest van een Siberische kou. En de winter van 1595 zou absoluut de kroon spannen als het gaat om ijs en sneeuw en extreme kou. Makkelijk te achterhalen is dit niet en daarvoor moeten we in de geschiedschrijving duiken wat aan experts overgelaten moet worden.

Maar mensen houden van metingen en vooral van lijstjes. Het is echter pas sinds 1706 dat er winter-weermetingen worden bijgehouden. Daaruit blijkt dat de winter van 1788-1789 de koudste in Nederland is geweest tot nu toe. Kouder dan de befaamde winter van ’63.

Koudegetal van Hellmann

Het was overigens de Duitse meteoroloog Gustav Hellmann die een koudegetal in het leven riep. Het is een maat voor de koude periode van 1 november tot en met 31 maart. Alle etmaalgemiddelde temperaturen beneden het vriespunt worden bij elkaar opgeteld, zonder het minteken.

De winter van 1829-1830 is één van de koudste vanaf de negentiende eeuw. Een gemiddelde etmaaltemperatuur van -3,1 graden werd gemeten. Dat gold ook voor de winter van ’63 die verderop aan bod komt. Het houdt in dat alle wintermaanden een gemiddelde temperatuur onder het vriespunt hadden. December was de koudste maand.

Gebrek aan brandstof

Tijdens de Tweede Wereldoorlog waren er flink koude winters, wat voor veel problemen zorgde door gebrek aan brandstof. In 1940 wordt een Elfstedentocht gehouden. Het IJsselmeer was helemaal dicht gevroren. De winter van 1942 zit in het geheugen van ouderen gegrift toen er een dik pak sneeuw lag, soms wel veertig centimeter. ’s Nachts dook de temperatuur onder de minus twintig graden.

Twee jaar na de oorlog, in 1947, raast er opnieuw een koude winter over ons land. Weer zijn er brandstofproblemen omdat de kolenvoorziening in heel Europa vastloopt vanwege hevige sneeuwval. In Nederland zitten op enig moment vijfhonderd vrachtschepen vast in het ijs. Deze winter staat op 3 in de lijst van koudste winters na 1901.

Negentien ijsdagen

De winter van 1963 is een begrip. Niet alleen vanwege de Elfstedentocht waar zo vaak aan gememoreerd wordt, maar ook vanwege de hevige koude. Er zijn negentien ijsdagen en twaalf dagen lang zakt de temperatuur onder de minus tien graden. Bij de start van de Elfstedentocht was het achttien graden onder nul. Maar iedereen weet dat de gevoelstemperatuur (was dat woord er toen al?) nog lager lag.

Op plaats 6 staat de winter van 1979 met een gemiddelde etmaaltemperatuur van -0,8 graden. Er was een strenge koude periode van 31 december 1978 tot en met 6 januari 1979. Zo’n koudefront deed zich al voor eind november en in maart van het jaar daarop kwam er nog zo eentje over Nederland heen. Opmerkelijk waren voor Nederland de sneeuwstormen. Het koudegetal (Hellmann) staat in deze winter op 205,7.

Op 14 februari deed zich bijvoorbeeld een sneeuwstorm voor die de noordelijke helft van Nederland plat legde. Snelwegen raakten geblokkeerd, sneeuw stoof op tot aan dakramen, en sneeuwduinen van tussen de drie en zes meter hoog waren geen uitzondering. Ziekenhuizen werden onbereikbaar. Verkeer was echt onmogelijk en ten gevolge daarvan reden er dus ook geen bussen en treinen. Brood en melk raakten zelfs uitverkocht omdat mensen- als het ook maar even kon- gingen hamsteren.

Eigenlijk was de laatste koude winter die van 1997. In 2010 was het weliswaar koud, maar dat haalt het niet bij de eerdergenoemde. Naar de normen van vroeger kunnen we amper nog van koude winters spreken.

Abonneer op onze nieuwsbrief

Volg ons via Facebook