close
  • zaterdag 30 mei
Werk en opleiding

Annelies verwondert zich over de taal Nederlands

Annelies verwondert zich over de taal Nederlands

Annelies woont samen met haar man en een heleboel dieren in Noord-Groningen. Ze biedt kinderopvang aan huis en heeft daaraan een fulltime job. Het geeft haar veel plezier en voldoening. Daarnaast schrijft ze graag voor volwassenen, op haar eigen blogsite. Regelmatig deelt ze ook een blog op 50+. Vandaag schrijft ze over de taal Nederlands. 

Nu ik zoveel schrijf, niet alleen in blogs, maar ook op andere manieren, merk ik veel meer op hoe onlogisch de Nederlandse taal is. Vooropgesteld dat ik het echt een leuke taal vind met heel veel mogelijkheden tot creativiteit en sfeertekening, kan ik me over sommige dingen echt verbazen. Hoe zijn bepaalde regels ontstaan?

Andersom verkeerd

Ik zoek vandaag, heb gisteren gezocht. Maar als ik vloek heb ik niet gisteren gevlocht. Ik loop en heb gelopen. Ik koop, maar heb niet gekopen. Het is een vreselijk ingewikkeld systeem met zogenaamde sterke en zwakke werkwoorden wat je maar gewoon uit je hoofd moet leren, want begrijpen kan je het toch niet: Ik slijp- ik heb geslepen; ik knijp–ik heb geknepen; ik pijp-ik heb gepepen. Of niet.

We eten een kippenei, een eendenei, maar niet een struisvogelsei, dan heet het ineens struisvogelei. Terwijl dat laatste juist logisch is, want je eet immers het ei van 1 vogel. Je zondagse eitje is niet het product van meerdere kippen. Het zou dus een kipei moeten zijn. Daarentegen drinken we koemelk, maar dat is juist een mengsel van de melk van vele koeien. Dus dat is weer precies andersom verkeerd. Als ik een karbonaadje eet, is dat varkensvlees. Klopt niet, het is vlees van 1 varken. Maar we zeggen niet varkenvlees. Dat doen we wel bij rundvlees. Dan mag het ineens wel, de biefstuk is van 1 rund.

Verwarrend

Nog even over die melk. We hebben dus koemelk, maar geen geitmelk of schaapmelk. Wat wel enkelvoud is, is moedermelk. Wat eigenlijk een pleonasme is. Want melk (de plantaardige soorten die we ook melk noemen, maar geen melk zijn buiten beschouwing gelaten) is altijd moedermelk, alleen bestemd voor verschillende soorten babies. Het zou dus eigenlijk mensmelk moeten heten. Of vrouwmelk, want we zeggen ook geen rundmelk. Maar evenmin hebben we het over ooimelk. Volgen we het nog een beetje?

Dan is er de inconsequentie waar al vaak grappen over gemaakt zijn: Als olijfolie van olijven gemaakt is, waar is babyolie dan van gemaakt…In mijn werk heb ik ook zoiets. Ik ben gastouder en wat ik bied wordt gastouderopvang genoemd. Maar ik vang helemaal geen gastouders op, ik vang kinderen op. En daarom run ik een kinderopvang. Het ‘van’ en ‘voor’ wordt in het Nederlands lustig door elkaar gebruikt. Kan erg verwarrend zijn. Ik wil het ook nog even over voorvoegsels hebben.

Moeilijke taal om te leren

Boerensoepgroente. Wat moet ik me daarbij voorstellen? De soepgroente die boeren gebruiken? Is dat dan anders dan de soepgroente die mensen die geen boer zijn gebruiken? Zo raar. Naast de boerensoepgroente ligt dan de fijne soepgroente. Het lijkt wel iets uit het feodale tijdperk.

Huisgemaakt. In welk huis? Is het een vertaling van Home-made? Dan moet het thuisgemaakt zijn maar ik denk niet dat een kok thuis de boel staat te koken en dan meeneemt naar het restaurant. Dan moet het dus eigenlijk restaurantgemaakt zijn. Maar dat klinkt blijkbaar niet aantrekkelijk genoeg. Versgebakken brood. Hoe wou je het anders doen. Oudbakken brood bestaat wel natuurlijk maar dat is niet oudgebakken brood.

Nederlands schijnt voor anderstaligen een moeilijke taal te zijn om te leren. Misschien door het gebrek aan logica. Vandaag BEN ik, gisteren WAS ik … hoe moet je dat nou weten? Niet verwonderlijk dat een kind rustig zegt: “gister bende ik bij oma geweest”. En geweest is dan ook nog eens het voltooide deelwoord van wezen. Dus “ik was geweest” is sowieso al dubbelop. Waarom moet dat.
Je las ook niet deze blog geleest.

Geschreven door: Annelies van Bloois

Abonneer op onze nieuwsbrief

Volg ons via Facebook